&verkeer

5 vragen over omleidingen

Gele borden langs de weg. Een omleiding. Iedereen heeft er weleens mee te maken. De provincie werkt regelmatig aan de weg. Van groot onderhoud aan de N247 tot het vervangen van bruggen. Wanneer een weg dicht is, wordt een omleiding ingesteld om inwoners zo snel en veilig mogelijk op hun bestemming te krijgen. Maar wie bedenkt de omleidingsroute? En wie bepaalt waar omleidingsborden worden geplaatst en welke informatie erop komt? 5 vragen en antwoorden over omleidingen.

De provincie is niet de enige die het moeilijk vindt helder te communiceren. Veel overheidsinstellingen kampen met moeilijke taal in teksten. Zo deed de Nationale ombudsman in 2017 onderzoek naar MijnOverheid. De belangrijkste conclusie is dat het ministerie van Binnenlandse Zaken de gebruiker meer centraal moet stellen.

Een wegomleiding bij de Sluisbrug in Purmerend, met 2 ronde, witte borden met rode rand. De foto is van Bas Beentjes.

1. Wie bedenkt een omleidingsroute?

De aannemer die namens de provincie aan de weg gaat werken, moet zorgen dat het verkeer veilig, soepel en snel langs de werkzaamheden kan komen. Niet voor alle klussen aan de weg is een omleiding nodig, soms kan het verkeer langzaam rijdend langs een afzetting. Wanneer de weg (grotendeels) dicht moet voor onderhoud of werkzaamheden, moet er een oplossing komen voor iedereen die gebruikmaakt van de weg.

In dat laatste geval gaat een verkeerskundige aan de slag met een omleidingsroute. Daarbij zijn een paar dingen belangrijk: welk soort verkeer én hoeveel verkeer over de provinciale weg rijdt. Vrachtwagens en auto’s moeten op een andere manier omgeleid worden dan fietsers en voetgangers. Voor vrachtwagens en automobilisten geldt vaak dezelfde route. En verkeer van een 2-baans provinciale weg, kan uiteraard niet over een smalle dijkweg. Daar kunnen voertuigen elkaar moeilijk passeren, en wordt de berm bijvoorbeeld stuk gereden. Of verkeer belandt op de dijkweg in de file. De verkeerskundige zoekt dus altijd een route die de extra drukte goed aankan.

Omdat fietsers en voetgangers langzamer en flexibeler zijn dan voertuigen hebben zij heel andere ‘wensen’ voor een omleiding. Waar omrijden voor een auto 5 minuten kost, is een fietser veel meer tijd kwijt. Een fietser die denkt een snellere route te weten, zal die vaak gaan zoeken. Daar houdt de verkeerskundige rekening mee.

Als er ook een route is uitgedacht voor politie, brandweer, ambulances en bussen, is het plan compleet. De aannemer zet die informatie vervolgens in een speciaal systeem: Melvin. Daarin kunnen gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat elkaars plannen beoordelen. Ook is zo te zien of een omleiding niet per ongeluk over een weg gaat die ook dicht is. Door als wegbeheerders regelmatig alle plannen aan de weg door te nemen, zorgen ze ervoor dat verkeersdeelnemers niet dubbel in de file komen te staan of delen van de provincie onbereikbaar worden.

2 gele omleidingsborden met zwarte pijlen en 1 rond, wit bord met rode rand bij de Sluisbrug in Purmerend. De foto is van Bas Beentjes.

2. Wat gebeurt er als weggebruikers de vaste omleidingsroute niet volgen?

Een omleiding is altijd een aanbevolen route. Deze leidt weggebruikers met zo min mogelijk hinder terug naar de weg. De aannemer houdt in de gaten of het verkeer via die route rijdt of niet. Reageren mensen zoals verwacht, of zijn er aanpassingen nodig om de route beter te maken? Wanneer te veel mensen een eigen route nemen, ontstaat er sluipverkeer. Verkeer dat zelf een route gaat zoeken door een woonwijk, zorgt voor overlast. Dan kan er drukte – of filevorming – ontstaan en kunnen mensen last krijgen van het geluid van al het verkeer. Als blijkt dat de omleidingsroute beter kan, wordt deze tussentijds aangepast. Mochten verkeersdeelnemers toch nog te veel hun eigen gang gaan, dan worden sluiproutes afgesloten. Dit kan met een bord, maar er kunnen ook verkeersregelaars worden ingezet. De verkeersregelaars moeten mensen de weg wijzen en bestemmingsverkeer doorlaten.

Voorgrond: driehoeksbord, met daaronder een bord met de tekst ‘bouwverkeer’. Op achtergrond een geel omleidingsbord met zwarte tekst: ‘Plangebied in uitvoering. Let op! Mening fiets- en bouwverkeer mogelijk’. Foto: Bas Beentjes.

3. Waarom is een omleiding niet altijd de kortste route?

Er zijn landelijke eisen voor het kiezen van een omleidingsroute en de provincie heeft daar aanvullende regels bij gemaakt. Daarin staat bijvoorbeeld de wens van maximaal 5 minuten omrijtijd. Helaas is dat niet altijd mogelijk, omdat niet alle wegen automatisch geschikt zijn voor een omleiding. Ook wil de verkeersdeskundige in verband met de veiligheid liever niet dat er veel vrachtwagens en auto’s rijden op wegen waar ook fietsers moeten rijden.

Voor fietsers en voetgangers moet een omleiding zo kort mogelijk zijn. Om te zorgen dat fietsers en voetgangers niet zelf een snellere route zoeken, ligt de omleiding uit veiligheidsoogpunt vaak dichtbij de werkzaamheden. Ze kunnen er dan via speciale rijplaten langs of ze moeten oversteken en kunnen via de andere weghelft op hun bestemming komen.

Soms worden speciale middelen ingezet om fietsers en voetgangers snel op hun bestemming te krijgen. Zo is bij het vervangen van de Brug Ouderkerk een speciaal ponton (drijvend platform, red.) over de Amstel gelegd voor fietsers en voetgangers. De dichtstbijzijnde fietsbruggen liggen daar namelijk op een halfuur omfietsen. Voor fietsers en voetgangers werkte de ponton perfect. Nadeel was dat de Amstel door de ponton gestremd was voor de scheepvaart. Afwegingen hebben dus allemaal gevolgen. Een tijdelijke pont is ook weleens gebruikt om fietsers over te zetten. Dan blijft de vaarweg beschikbaar, maar dat kan niet als er grote aantallen fietsers en voetgangers willen oversteken.

Borden bij wegafzetting fietspad. Een rond, blauw bord met witte pijl geeft de juiste richting aan. De weg is afgezet met rood-witte hekken. De foto is van de provincie Noord-Holland.

4. Zijn er regels voor het plaatsen van omleidingsborden?

Ja, voor verschillende type wegen zijn verschillende soorten regels. De belangrijkste is dat een bord goed leesbaar moet zijn en dat bestuurders tijd hebben om na te denken over het bord. Weggebruikers hebben gemiddeld 6 seconden nodig om een bord te lezen, te begrijpen en te besluiten of de omleiding op hen van toepassing is. Hoe harder mensen rijden, hoe meer meters ze in die 6 seconden afleggen. Omleidingsborden op een weg waar 100 kilometer per uur mag worden gereden, staan daardoor verder uit elkaar dan op een ‘50-kilometerweg’.

Belangrijk voor de leesbaarheid is de plek van het bord. In een bocht is een bord bijvoorbeeld slecht leesbaar, omdat het niet ver van tevoren al te zien is en dat invloed heeft op de aandacht van de weggebruiker. Ook moeten borden op een bepaalde hoogte hangen, zodat ze bijvoorbeeld niet ‘verdwijnen’ achter een auto als iemand wil inhalen. De omleidingsborden mogen ook niet vóór andere borden staan, en bestuurders moeten tijd hebben om de andere borden te lezen. Het kan dus een flinke puzzel zijn waar omleidingsborden moeten komen.

De volgorde van de borden ligt ook vast. Het begint altijd met een geel bord met het woord ‘omleiding’. Daarna volgt een bord met de straat of route die is afgesloten. Tot slot volgen borden met de omleiding en welke letter weggebruikers moeten volgen om toch op de bestemming uit te komen.

Een geel omleidingsbord met de tekst ‘Sluisbrug dicht’ met op de achtergrond nog 2 gele borden. De foto is van Bas Beentjes.

5. Hoe en door wie wordt de letter voor een omleiding eigenlijk gekozen?

Door de aannemer. De grootte van het bord en het lettertype zijn vastgelegd in landelijke en provinciale regels. Daardoor zien alle borden er (ongeveer) hetzelfde uit. De keuze voor de letter heeft best wat voeten in de aarde. Een aantal letters en cijfers wordt bijvoorbeeld niet of nauwelijks gebruikt, omdat die voor verwarring kunnen zorgen. Zo kun je aan de cijfers 0, 6 en 9 en de letters de L, I, N, O, X en Z niet zien of het verkeersbord op zijn kop hangt. Het kan natuurlijk zijn dat een bord per ongeluk verkeerd is opgehangen of uit baldadigheid omgedraaid is. Bij een omleiding met de letter K of met een 4, valt het meteen op als het bord ondersteboven hangt. Maar bij de eerdergenoemde letters en cijfers niet.

Omleidingsletters H en P zijn ook weinig te zien. Weggebruikers denken daarbij namelijk al snel aan een ziekenhuis of een parkeerplaats. Mocht de omleiding naar het ziekenhuis gaan, dan gebruiken aannemers juist graag de H (van hospitaal, red.). Uitzonderingen zijn omleidingen naar een gemeente die met een H begint, zoals Hilversum. Dan is het juist makkelijk om te onthouden dat je de H moet volgen.

Als het gaat om cijfers, dan hebben aannemers hun eigen voorkeuren. Zo gebruikt de ene aannemer vaak 7 of 8 en de ander juist vaak 3 of 4. Voordeel is dat de kans klein is dat 2 aannemers in dezelfde regio per ongeluk precies hetzelfde getal gebruiken. Uiteraard wordt ook dit gecheckt via het systeem Melvin. Als 2 routes elkaar (bijna) kruisen met hetzelfde omleidingscijfer, dan moet 1 van de 2 aannemers dit aanpassen.

Vorige pagina

Deel op social media

Aanmelden &Holland
Volgende pagina