& interviews

De nachtploeg van Noord-Holland

Wanneer de meeste Noord-Hollanders gaan slapen, beginnen anderen aan hun werk. Van beveiligers tot wegwerkers, en van schoonmaakmedewerkers tot hulpverleners. &Holland liep een nacht mee met 3 mensen die werken zonder daglicht. Wat houdt hun baan precies in? Wat vraagt het nachtelijke werk van hen? En wat merken inwoners van alle bedrijvigheid in het donker?

De provincie is niet de enige die het moeilijk vindt helder te communiceren. Veel overheidsinstellingen kampen met moeilijke taal in teksten. Zo deed de Nationale ombudsman in 2017 onderzoek naar MijnOverheid. De belangrijkste conclusie is dat het ministerie van Binnenlandse Zaken de gebruiker meer centraal moet stellen.

Ogen en oren van de provinciale wegen - Thomas de Jong, weginspecteur bij de provincie

Als weginspecteur bij de provincie inspecteert Thomas de Jong de provinciale wegen op veiligheid. Hij kijkt onder meer of er geen voorwerpen op de weg liggen. Ook checkt hij of wegwijzers goed staan en of werkzaamheden van aannemers veilig verlopen en volgens de vergunningvoorschriften worden uitgevoerd. Daarnaast beveiligt hij verkeerssituaties bij calamiteiten zoals ongevallen, zodat hulpdiensten veilig hun werk kunnen doen. Samen met zijn collega’s houdt hij de wegen 7 dagen per week, 24 uur per dag in de gaten.

“Als er een ongeval gebeurt op de weg is dat altijd prioriteit nummer 1”, vertelt De Jong. Hij begint vanavond om 20.00 uur aan zijn dienst. Wat hem precies te wachten staat? Dat weet hij van tevoren nooit. Maar dat de weginspecteurs de ogen en oren voor de provincie zijn als het gaat om beheer en onderhoud van wegen, staat vast.

Onvoorspelbaar werk

“Geen nacht is hetzelfde”, zegt De Jong. “De ene dienst ben ik veel bezig met meldingen en incidenten en de andere keer is het rustiger en rijd ik reguliere inspectierondes.” Meldingen over pechgevallen, ongevallen en overige zaken komen bij de weginspecteurs binnen via de verkeerscentrale in Schiedam. Die heeft contact met de meldkamers van de politie en Rijkswaterstaat. Ook reageert de verkeerscentrale op triggers vanuit bijvoorbeeld Flitsmeister, waar weggebruikers ongevallen en gevaarlijke situaties kunnen melden.

“Op dit moment is het rustig met meldingen”, aldus De Jong. “Maar dat kan snel omslaan. Je ziet bijvoorbeeld dat er in de winter meer incidenten gebeuren. Dan is het langer donker en het weer slechter.” Winter wordt gezien als de drukste periode van het jaar voor weginspecteurs.

Calamiteitendienst

De weginspecteurs draaien ’s nachts zogenoemde calamiteitendiensten. Deze duren van 20.00 tot 6.00 uur op reguliere werkdagen en in het weekend van vrijdagavond 20.00 tot maandagochtend 6.00 uur. Tijdens een calamiteitendienst zijn er 3 weginspecteurs beschikbaar die in verschillende gebieden van de provincie Noord-Holland paraat staan als er iets gebeurt. Die gebieden zijn in de regio’s Heerhugowaard, Uitgeest en Hoofddorp. Als er een melding binnenkomt, bepaalt de verkeerscentrale op basis van de locatie van het incident welke weginspecteur het dichtst bij het incident is en er het snelst kan zijn. “Je bent thuis tot je wordt gebeld. Daarna ga je meteen op pad”, vertelt De Jong.

De Jong zegt weinig moeite te hebben met nachtwerk. “Ik vind het prima. Ik ben wel een nachtmens.” Toch houdt hij rekening met zijn rooster. Als De Jong weet dat hij ’s nachts oproepbaar is, neemt hij daarvoor meer rust. “Het is belangrijk om dan ook echt even te rusten van tevoren, anders houd je het niet vol.” Alle weginspecteurs werken volgens de ATW-arbeidstijdenwet. Dat betekent dat iemand niet meer dan 13 uur per 24 uur mag werken. “Dus als ik overdag heb gewerkt en ’s avonds weer nodig ben, mag ik maar een bepaald aantal uur werken voor ik echt rust moet nemen.”

Zicht in het donker

Volgens De Jong verschilt een calamiteitendienst duidelijk van werken overdag. “In het donker is het zicht voor iedereen minder. Dat geldt ook voor weggebruikers. Ik sta soms midden op de weg. Dat maakt het werk risicovoller. Vooral op wegen waar 100 kilometer per uur wordt gereden, moet je extra alert zijn.” Tegelijk ziet hij dat weggebruikers zich ’s nachts anders gedragen. Dat sluit aan bij het nieuws van eerder dit jaar dat nachtwerkers vaker te maken hebben met onveilige situaties. “Mensen kunnen ‘s nachts wat lakser zijn”, weet De Jong. “Ze rijden harder of letten minder goed op.” Ook spelen alcohol, drugs en telefoongebruik vaker een rol. “Als er ’s nachts iets gebeurt, is het meestal ook meteen een hevig incident”, zegt hij.

Veiligheid op 1

Bij incidenten zijn de weginspecteurs meestal niet als eerste ter plaatse. De Jong: “De politie, ambulance en/of brandweer zijn er vaak al. Wij nemen de afzetting over en zorgen dat de verkeerssituatie veilig blijft. Daarna bepalen we wat er moet gebeuren.” Soms komt er een politieonderzoek of zijn verkeersregelaars nodig die voorbijgaand verkeer langs het incident leiden. Een andere keer is het genoeg om het wegdek op te ruimen en schoon te maken. Ook kijken de inspecteurs of het wegdek beschadigd is en of er herstellende werkzaamheden noodzakelijk zijn.

De Jong werkt nu 3 jaar als weginspecteur bij de provincie Noord-Holland. “Door alle verschillende taken en werktijden is het werk erg divers. Dat maakt het voor mij interessant”, vertelt hij. Ook wil hij zich verder ontwikkelen en is daarom begonnen aan een opleiding tot officier van dienst. In die rol zal hij weginspecteurs bij incidenten ondersteunen, op locatie of op afstand coördineren en voor een efficiënte samenwerking met overige hulpdiensten zorgen.

Geur en geluid meten om inwoners te helpen - Niels de Leeuw, inspecteur Milieu bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Als inspecteur Milieu bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied werkt Niels de Leeuw ook ’s nachts. Regelmatig rijdt hij samen met een collega een controleronde om het gebied van Tata Steel in IJmuiden. Ze controleren daar geur en geluid om te na te gaan of Tata Steel de geldende normen niet overschrijdt.

Om 23.00 uur begint zijn dienst in dorpshuis De Moriaan in Wijk aan Zee, een bijgebouw van de Omgevingsdienst. De Leeuw bereidt zich voor op zijn dienst en trekt onder andere veiligheidsschoenen en een reflecterende veiligheidsjas aan. Daarna stapt hij samen met een collega in de auto. Nachtinspecteurs werken altijd met z’n tweeën. Dat is veiliger en helpt hen om hun waarnemingen te controleren.

Strengere regels in de nacht

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied houdt namens de provincie Noord-Holland en gemeenten in de regio toezicht op bedrijven zoals Tata Steel. Voor de nacht gelden strengere normen dan overdag. Omdat Tata Steel dag en nacht draait, controleert De Leeuw ’s nachts of geur en geluid binnen de regels blijven. Ook let hij op ongewone voorvallen, zoals een plotselinge uitstoot of een incident met gevolgen voor het milieu. Bedrijven zijn verplicht zulke voorvallen snel te melden. “Wij kunnen dan direct de situatie beoordelen. Als het nodig is houden we de melding langer in de gaten, vanwege risico’s voor omwonenden en het milieu”, vertelt De Leeuw.

Daarnaast komen er weleens meldingen van omwonenden binnen over geluid of geur. Dat gaat bijvoorbeeld over een harde bromtoon, harde knallen van materialen of een stank waardoor mensen ’s nachts de ramen thuis dichthouden. De inspecteurs gaan vervolgens naar de gemelde locatie om te controleren of normen worden overschreden.

Gecertificeerde neus

Bij een geluidsmeting gebruikt De Leeuw een speciale geluidmeter. Soms wordt de meter op een statief van 5 meter hoog gezet. “Dan meten we waar het geluid van de bron voor het eerst een gevel raakt”, legt De Leeuw uit. Ook de windrichting is belangrijk: die bepaalt waar de overlast het sterkst is. “Daar passen we onze meetlocatie op aan.”

Het meten van geur gaat op een andere manier dan van geluid. Daar is namelijk geen meter voor. “Dat wordt gewoonweg waargenomen door medewerkers met een gecertificeerde neus”, aldus De Leeuw. Dit is een toezichthouder waarvan het reukvermogen is getest: een gecertificeerde neus. Daardoor kan deze persoon geursituaties in de leefomgeving betrouwbaar beoordelen.

Van staalfabriek tot festival

Hoewel Tata Steel zijn vaste dossier is, doet De Leeuw meer. Zo controleert hij ook evenementen waar de Omgevingsdienst mee te maken heeft. Van concerten in de Johan Cruijff Arena tot lokale dorpsfeesten, het kan allemaal. Staat het geluid te hard, dan overlegt De Leeuw met de geluidsverantwoordelijke. “We kijken dan of het geluid iets zachter kan. De organisatie kan de apparatuur bijstellen.”

Meestal staat het geluid niet te hard. Is dat wel zo, dan is een kleine aanpassing vaak al voldoende en merkt het publiek er weinig van, vertelt De Leeuw. In juli deed hij geluidsmetingen bij concerten van The Weeknd. “Dat zijn leuke avonden. Ik houd van muziek en krijg tijdens mijn werk toch iets mee van de sfeer bij het evenement.”

Binnenkort begint De Leeuw aan een opleiding tot vuurwerkspecialist. Daarna mag hij ook vuurwerkevenementen controleren op veiligheid en vergunningen. “Die vinden vaak in de avond plaats, maar ik vind het juist leuk om nieuwe dynamiek aan mijn werk toe te voegen.”

Werken als iedereen slaapt

Nachtwerk geeft volgens De Leeuw een andere beleving. “Je ziet de wereld van een andere kant. Het is rustiger op straat en de sfeer is anders.” In tegenstelling tot het eerdergenoemde nieuwsbericht over onveilige situaties ervaren De Leeuw en zijn collega’s tijdens nachtwerk geen toenemende onveiligheid. Door de zogenoemde windbol op de geluidmeter worden ze soms aangezien voor journalisten, maar dat levert volgens De Leeuw nooit problemen op. Het leidt zelfs vooral tot grappige situaties. Omstanders komen regelmatig spontaan over hun avond vertellen omdat ze denken dat ze in beeld komen, zegt De Leeuw.

Nachtwerk vraagt wel iets van zijn ritme. Na een late dienst slaapt De Leeuw vaak langer uit of werkt hij de volgende dag minder uren. Het voordeel is dat hij veel vrijheid ervaart. Vanuit het team schrijft iedereen zichzelf in voor nachtmetingen en kan zo zijn werk en privéleven goed in balans houden. “Ik zou niet in een vast nachtrooster willen werken, maar op deze manier past het goed bij mij.”

Wat hem motiveert, is dat hij iets kan betekenen voor anderen. “Je helpt bewoners die overlast ervaren en je draagt bij aan een beter milieu en hogere veiligheid. Dat maakt het werk waardevol.” Ook de afwisseling spreekt hem aan. “De ene nacht sta je bij de staalfabriek, de andere bij een festival. Je bent steeds met iets anders bezig en komt op plekken waar je anders niet zou komen.”

Speuren en staren naar jagende vleermuizen - Sean Hoetjes en Sandra van Waijjen, ecoloog bij Landschap Noord-Holland

Op de parkeerplaats achter zwembad De Planeet in Haarlem is alleen het geluid van verkeer op een weg verderop zacht te horen. De zon is net onder en het wordt donker. Ecologen Sean Hoetjes en Sandra van Waijjen beginnen nu met werken. Onder een lantaarnpaal wijst Hoetjes naar de hoek van het gebouw, waar een groep vleermuizen af en aan vliegt. “Je ziet hier meerdere vleermuizen jagen op insecten. Wij onderzoeken of deze vleermuizen ook echt in dit gebouw leven of hier alleen zijn om te eten.”

Hoetjes en van Waijjen zijn ecoloog bij Landschap Noord-Holland. Deze avond doen ze onderzoek naar vleermuizen in en rondom het zwembad De Planeet. De gemeente Haarlem gaat een nieuw zwembad bouwen, maar voordat de sloop van het oude gebouw kan beginnen, moet eerst worden onderzocht of er in het gebouw vleermuizen leven.

Beschermde dieren

Vleermuizen zijn beschermde dieren en spelen een belangrijke rol in de natuur. Als insecteneters eten ze wel tot enkele duizenden insecten per nacht, zoals dansmuggen en kleine vliegjes. In Nederland leven ongeveer 17 soorten vleermuizen. In gebouwen kan je verblijfplaatsen vinden van onder meer de dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. Alle vleermuissoorten zijn beschermd en vallen onder de Omgevingswet.

Wekelijks onderzoek

Hoetjes en Van Waijjen gaan gemiddeld 2 keer per week op pad om onderzoek te doen naar vleermuizen. Dat doen ze vanaf zonsondergang of ongeveer 2 uur voor zonsopkomst. Op die momenten zijn de vleermuizen het meest actief bij de verblijfplaatsen. Zo ontwijken ze roofvogels en vinden ze hun belangrijkste voedsel: nachtinsecten. De kans is dan het grootst dat Hoetjes en Van Waijjen vleermuizen waarnemen. “Als we op een locatie zijn, zorgen we dat de gehele tijd alle zijden van een gebouw in de gaten gehouden worden door een onderzoeker, zodat in- of uitvliegen of aantikken van het gebouw niet kan worden gemist”, vertelt Van Waijjen. “Daarnaast komen we 5 keer terug op een locatie, steeds afwisselend in de avond en in de ochtend. Zo krijgen we een betrouwbaar beeld.”

Kieren en gaten

De ecologen laten zien waar vleermuizen kunnen zitten. “Bijvoorbeeld tussen deze open stootvoegen”, zegt Hoetjes terwijl hij naar een opening tussen 2 bakstenen wijst. “Zo’n opening loopt soms door in de spouwmuur. Daar kunnen ze met honderden tegelijk zitten.” Veel mensen denken bij vleermuizen aan oude, verlaten gebouwen. “Dat is logisch”, zegt Hoetjes. “Oude gebouwen hebben vaak bredere spouwmuren of zijn nog niet geïsoleerd. Daardoor zijn ze beter toegankelijk. Ook zitten er vaak meer kieren en gaten in.”

Tikkend geluid

Het duo heeft een apparaat bij zich dat een snel tikkend geluid maakt wanneer er vleermuizen in de buurt zijn. Hoetjes: “Dit is een batdetector. Vleermuizen maken ultrasoon geluid. Dat kunnen wij bijna niet horen. Dit apparaat zet het geluid om in iets dat wij wel kunnen horen.” Met de batdetector zijn verschillende geluiden te onderscheiden. Bijvoorbeeld het zoeken en verzamelen van eten, navigatie en oriëntatiegeluiden, aantikgeluiden en sociale of baltsgeluiden (specifieke geluiden om een paringspartner aan te trekken, red.).

Deze avond horen ze vleermuizen jagen. “Als een vleermuis op een insect afvliegt, wordt het tikkende geluid uit de batdetector sneller”, zegt Hoetjes. Van Waijjen volgt de dieren ook met een warmtecamera. Ze ziet dat 1 vleermuis vlak langs de gevel vliegt. “Het lijkt alsof hij het gebouw aantikt”, zegt ze. Dat kan wijzen op een verblijfplaats. Maar het gebeurt maar 1 keer. “Waarschijnlijk komen ze hier vooral om te jagen”, zegt Van Waijjen.

Tijdelijke verblijfplaatsen

Blijkt uit het onderzoek dat er vleermuizen in het gebouw zitten, dan moeten er in de directe omgeving vleermuiskasten worden geplaatst. “Voor elke mogelijke verblijfplaats die verdwijnt, plaatsen we er 4 terug”, zegt Hoetjes. Zo krijgen de dieren een alternatief. Maar een kast ophangen geeft geen garantie. “Je kunt vleermuizen niet naar een verblijfplaats dwingen.”

Die avond vinden Hoetjes en Van Waijjen geen bewijs voor een verblijfplaats in het gebouw. Ze zien wel jagende vleermuizen rond het complex, maar geen duidelijke signalen dat ze er wonen. Daarom blijft vervolgonderzoek nodig. Pas als zeker is dat er geen vleermuizen zitten, kan het gebouw zonder risico worden gesloopt. Tot die tijd gaat het nachtwerk door.

Natuurvriendelijk verbouwen en isoleren van woningen

Vleermuizen gebruiken door het jaar heen verschillende verblijfplaatsen. Ze paren er, overwinteren er of brengen hun jongen groot in een kraamverblijf. Veel van deze plekken zitten in en rond gebouwen, zoals in spouwmuren en daken. Al deze verblijfplaatsen zijn wettelijk beschermd. Daarom is onderzoek verplicht bij plannen voor sloop, verbouw of isolatie. Onderzoekers bekijken eerst of er vleermuizen aanwezig zijn en of de werkzaamheden de verblijfplaatsen kunnen verstoren. De provincie Noord-Holland stelt hiervoor beleid op en werkt samen met gemeenten om natuurvriendelijk verbouwen en isoleren mogelijk te maken, zowel bij grote projecten als bij particuliere woningen. Ga je je woning isoleren of verbouwen? Laat je dan goed informeren via je gemeente over hoe je dit kunt doen met oog voor beschermde dieren.

Vorige pagina

Deel op social media

Aanmelden &Holland
Volgende pagina