& interviews

Kansen in de lucht

Drones en elektrische vliegtuigen gaan een steeds belangrijkere rol spelen in het Noord-Hollandse luchtruim. De kansen voor de samenleving zijn groot. Van wegen, bruggen en windmolenparken op zee inspecteren tot medicijnen, organen en mensen vervoeren. Welke uitdagingen en dilemma's komen hierbij kijken? En wat betekent de innovatieve luchtvaart voor inwoners? 4 experts schetsen een beeld.

De provincie is niet de enige die het moeilijk vindt helder te communiceren. Veel overheidsinstellingen kampen met moeilijke taal in teksten. Zo deed de Nationale ombudsman in 2017 onderzoek naar MijnOverheid. De belangrijkste conclusie is dat het ministerie van Binnenlandse Zaken de gebruiker meer centraal moet stellen.

"Medische drones kunnen zorgvervoer veranderen” - Kevin Woensdregt, manager drones bij ANWB Medical Drones

Om stappen te zetten naar een nieuwe logistiek voor de zorg hangt er in Oost-Nederland iets in de lucht. Sinds september 2025 vliegt er tussen 2 ziekenhuizen in Meppel en Zwolle als proef een drone met medicijnen en onderzoeksmateriaal, zoals bloed of urine. De piloot zit 150 kilometer verderop, in het ANWB-kantoor, waar de dronevluchten worden begeleid. Welkom in de wereld van ANWB Medical Drones en Kevin Woensdregt.

De proef draait om techniek, veiligheid, medische kwaliteit, regelgeving en maatschappelijke inpassing en heeft volgens hem 2 hoofddoelen. Het eerste: laten zien dat drones in de praktijk bruikbaar kunnen zijn voor de zorg. “Daarbij kijken we naar zaken als het inladen en uitladen van de drone, het wisselen van batterijen en het vervoeren van medische zendingen binnen de juiste kwaliteitsnormen.” Het tweede doel is ervaring opdoen met de veilige integratie van drones in het luchtruim. “Daarom vliegen we veel”, zegt Woensdregt. “Zo bouwen we ervaring op met de werking van het systeem en de samenwerking met andere luchtruimgebruikers.”

Vruchten plukken

Daarmee is de proef tussen Meppel en Zwolle weliswaar een lokale test, maar kan op termijn de zorg in heel Nederland daar de vruchten van plukken. Zo is het in de provincie Noord-Holland niet ondenkbaar dat er straks medische drones gaan vliegen tussen het vasteland en Texel. Als techniek, regelgeving, medische kwaliteit en maatschappelijke acceptatie zorgvuldig samen worden ontwikkeld, is volgens Woensdregt grootschalige invoering in de toekomst mogelijk.

Een belangrijk kenmerk van de ANWB-proef is dat de drone buiten het zicht van de piloot vliegt. Die zit in Den Haag en bestuurt op afstand. “De piloot kan niet uit een cockpit kijken, maar werkt met vluchtsoftware, luchtruiminformatie en digitale verbindingen. De drone vliegt automatisch een vooraf vastgelegde route, terwijl de piloot toezicht houdt en kan ingrijpen als dat nodig is.”

Afspraken

Voor de proef is een speciaal luchtruimgebied ingericht. Rond de route ligt een afgebakend gebied tot ongeveer 150 meter hoogte waarin normaal vliegverkeer niet mag komen. Uitzonderingen zijn er voor onder meer de traumahelikopter, politie, Defensie en enkele andere partijen. Ook met luchtballonnen en paramotors zijn afspraken gemaakt. Zo is een gecontroleerde omgeving gemaakt waarin veilig getest kan worden hoe drones en ander luchtverkeer zich tot elkaar verhouden. De route voert over grotendeels dunbevolkt gebied, vooral weilanden. Woongebied wordt zoveel mogelijk vermeden.

Parachute

Voor noodgevallen zijn verschillende veiligheidsmaatregelen ingebouwd. De piloot kan de drone laten stilhangen, terugkeren, naar een alternatieve landingsplek sturen of in het uiterste geval direct laten landen. Langs de route zijn meerdere alternatieve landingslocaties aangewezen. Ook heeft de drone een parachute, maar tot nu toe waren deze noodprocedures niet nodig. Woensdregt zegt dat er bij de afgelopen ruim 500 vluchten geen ernstige technische problemen waren.

Ook de eerste testresultaten zijn positief. In het luchtruim waren 15 zogeheten coördinatiemomenten met andere gebruikers, vooral met de traumahelikopter en soms met een politiedrone. “Dat wijst erop dat veilige integratie mogelijk is, zolang luchtgebruikers elektronisch zichtbaar zijn en passende regels gelden.”

Spoedbloed en organen

Tijdens de proef worden vooral medicijnen, bloedsamples, insuline en andere medische producten vervoerd. Het doel is vaststellen of de kwaliteit tijdens het vervoer behouden blijft. “Daarbij kijken we naar snelheid, temperatuur, trillingen en andere omstandigheden. Extra aandacht gaat uit naar kwetsbare zendingen, zoals bloed van leukemiepatiënten. Ook kijken we vooruit naar toekomstige toepassingen, zoals het vervoer van spoedbloed uit de bloedbank en – op langere termijn – mogelijk organen.”

De eerste medische resultaten zijn hoopgevend. Trillingen lijken geen groot probleem, maar naar temperatuurbeheersing wordt nog verder onderzoek gedaan, aldus Woensdregt.

Tijdwinst

De tijdwinst van dronevervoer is op deze route beperkt. Met de auto duurt de rit gemiddeld 20 minuten – zonder file. De drone doet er zo'n 14 minuten over. Volgens Woensdregt zit de grootste meerwaarde in betrouwbaarheid en service. “Met dronevervoer kunnen laboratoriumfuncties meer worden geconcentreerd, terwijl analyses toch op tijd uitgevoerd worden. Dat helpt ook om zorgpersoneel efficiënter in te zetten, vooral 's avonds en 's nachts.”

Voor omwonenden lijkt de overlast beperkt. Tot nu toe kwam er 1 melding binnen (over geluid). Woensdregt: “De drone is vooral te horen bij het opstijgen en landen. Voor uitbreiding is het daarom belangrijk waar opstijg- en landingslocaties worden geplaatst.” In de komende jaren liggen er volgens Woensdregt kansen voor een landelijk netwerk van medische droneroutes. Het tempo hangt sterk af van regelgeving, beleidskeuzes en de manier waarop drones maatschappelijk en ruimtelijk worden ingepast. “Ik verwacht dat drones vooral via vaste routes en naar centrale locaties zullen vliegen, en minder naar individuele adressen.”

“Goed contact met 1 gezamenlijke buurman: het vliegveld” - Gertjan Borst, voorzitter buurtvereniging Friesche Buurt (Den Helder)

Aan de rand van vliegveld De Kooy in Den Helder is het geluid van opstijgende helikopters al jaren onderdeel van het dagelijks leven. Toch is het vliegveld langzaam aan het veranderen. De provincie, gemeente en Defensie werken aan plannen voor de toekomst, met drones, onbemande helikopters en duurzame brandstoffen. Voor buurtbewoner en voorzitter van de buurtvereniging Gertjan Borst komen die ontwikkelingen niet uit de lucht vallen. Hij woont er al zijn hele leven, kent de omgeving als geen ander en volgt de veranderingen met interesse. “Alle nieuwe technologie is interessant, maar het moet ook prettig blijven om hier te wonen.”

Borst is al 10 jaar voorzitter van de buurtvereniging aan de rand van vliegveld De Kooy, niet omdat hij het zo graag wilde, maar “omdat niemand anders het wilde doen”, vertelt hij lachend. De vereniging telt zo’n 60 gezinnen en heeft 1 opvallende, gezamenlijke buurman. “Het vliegveld.”

Kansen voor de regio

De Kooy staat de komende jaren voor grote veranderingen. De provincie Noord-Holland, gemeente Den Helder en Defensie werken samen aan plannen voor maritieme drones, onbemande helikopters en duurzame brandstoffen. Borst staat er als voorzitter en buurtbewoner middenin. Als voorzitter moet hij neutraal zijn, maar als ondernemer en buurtbewoner heeft hij ook zijn eigen mening. “Ik zit met twee petten op”, geeft hij toe. “Meer activiteit op het vliegveld betekent automatisch ook meer lawaai. Maar ik begrijp ook dat de boel moet draaien.” Daarom overheerst er in de buurt geen weerstand. “Wij zijn niet tegen innovatie. Het kan juist kansen bieden. Het vliegveld levert werk en geld op voor de hele regio.”

Het contact tussen de buurt en het vliegveld is goed. Bewoners ontvangen een nieuwsbrief en krijgen apart bericht als er iets afwijkt, zoals nachtelijke vliegbewegingen. Ook hebben ze jaarlijks een overleg met het vliegveld, Defensie en de gemeente. “Voor zover ik weet, zijn we gewoon goede buren van elkaar.” Dat de klachten volgens de media zijn toegenomen, herkent Borst niet. “Als er eerst 1 melding is en daarna 3, is dat een stijging van 300%. Maar 3 meldingen op 10.000 vliegbewegingen is natuurlijk niks.” De korte lijnen helpen daarbij. “De directrice van het commerciële deel van het vliegveld woont gewoon bij ons in de buurt. Daardoor praat je makkelijk met elkaar.”

“Liever 100 drones dan 1 helikopter”

Van elektrische vliegtuigen tot drones: tijdens een recente buurtvergadering werden de bewoners bijgepraat over de nieuwste ontwikkelingen rondom het vliegveld. Borst heeft die grotere drones zelf nog niet gezien, maar maakt zich geen zorgen. Integendeel. “Of er nou 1 helikopter opstijgt per dag of 100 drones, ik denk dat we minder last hebben van die 100 drones dan van die ene helikopter. Een helikopter op brandstof moet immers eerst een halfuur warmdraaien en na een vlucht weer worden gespoeld. Dat geeft overlast. Een elektrische drone zet je aan en vliegt weg.” Ook over privacy blijft hij nuchter. “Helikopterpiloten kunnen nu ook al bij mensen in de achtertuin kijken. Daar ben ik niet zo bang voor.”

Grote beslissingen over De Kooy worden uiteindelijk niet in de buurt genomen, maar in Den Haag. En daar is Borst realistisch over. “Als ze daar besluiten dat de startbaan verlengd moet worden, kunnen wij daar als 60 buurtbewoners niet veel tegen doen.” Maar somber wordt hij er niet van. Zolang het contact goed blijft en er geluisterd wordt, komt het volgens hem wel goed. “Wij zien die innovaties positief tegemoet. Het is een beetje geven en nemen, en volgens mij gebeurt dat hier best netjes.”

“Op de weg moeten incidenten snel opgelost worden” - Paul Hagnauer, wegverkeersleider en dronepiloot, Rijkswaterstaat

Een ongeluk of pechgeval, een voorwerp of olie op de weg of een beschadigde geleiderail: elke seconde telt. Hoe eerder iemand weet wat er speelt, hoe sneller de juiste hulp ingeschakeld kan worden en de weg weer vrij is. In Den Helder maken ze daarom een vliegende start met drones die op afstand worden aangestuurd. Nog voordat de eerste hulpverlener ter plaatse is, zijn er al livebeelden vanuit de lucht. Wegverkeersleider en dronepiloot Paul Hagnauer is een van de mensen die dit systeem test. En dat kan in principe vanaf iedere locatie. “Als je maar een laptop hebt, kun je de drone overal vandaan bedienen.”

Hagnauer werkt al meer dan 15 jaar als wegverkeersleider voor Rijkswaterstaat en is daarnaast actief als dronepiloot. Vanuit de lucht ziet hij direct wat er speelt en welke hulpdiensten er nodig zijn, nog voordat iemand ter plaatse is. “Op de weg moeten incidenten snel opgelost worden, anders krijg je files. Het is mooi dat je met een drone kunt kijken wat er aan de hand is.”

Volgende stap

Rijkswaterstaat zet al jaren drones in bij incidenten, maar die werden altijd bestuurd door een piloot ter plaatse. Met een proef in Den Helder zet de provincie Noord-Holland samen met Rijkswaterstaat en het Nationaal Dataportaal wegverkeer een volgende stap: de drone wordt volledig op afstand gevlogen, buiten het zicht van de piloot. In een dronebox langs de kant van de weg bij de Kooybrug in Den Helder staat zo’n drone klaar, aangestuurd vanaf een computer door iemand die kilometers verderop zit.

Den Helder is bewust gekozen als testlocatie. Hier komen zowel provinciale- als Rijkswegen samen en het Noordhollandsch Kanaal. En er is geen cameradekking. “De verkeerscentrale heeft daar totaal geen beeld van wat er gebeurt”, zegt Hagnauer. Het doel van de test is helder: kijken of een drone bij een melding zelfstandig en binnen enkele minuten op de incidentlocatie kan zijn en beelden door kan geven aan de verkeerscentrale, nog voordat de hulpdiensten arriveren. Tijdens de vlucht houden gecertificeerde piloten zoals Paul de drone in de gaten, en kunnen ingrijpen als het nodig is.

Van hobby naar werk

Maar hoe word je dronepiloot bij Rijkswaterstaat? Voor Hagnauer was de interesse voor drones er al voordat hij ze inzette op de snelweg. Hij studeerde aan de Fotoacademie in Amsterdam en had een eigen bedrijf in fotografie en video. Uit nieuwsgierigheid kocht hij van zijn vakantiegeld een drone. “Ik wilde gewoon creatief bezig zijn, foto’s maken.” Een collega wees hem op het droneteam van Rijkswaterstaat en al snel zag hij ook in zijn werk de praktische waarde van drones. “Met een drone zoom je verder in dan met welke verkeerscamera dan ook. Zo kunnen we precies zien wat er op de weg ligt.”

Een hobbyist moet zijn drone altijd in het zicht houden. Hagnauer niet. Na een speciale opleiding en afspraken met de luchtverkeersleiding mag hij buiten het zicht vliegen. Dit is een vereiste voor het project, waarbij de drone kilometers verderop opereert. Dat brengt extra verantwoordelijkheid met zich mee. “Het is niet zomaar even: hup, ik start die drone op en ik ben weg.”

Ogen in de lucht

“Met de drone kan ik binnen een minuut of 7 zo’n 6 kilometer overbruggen. Dat is behoorlijk snel”, vertelt hij. Op wegen zonder cameradekking zijn wegverkeersleiders nu volledig afhankelijk van meldingen van politie, de landelijke informatielijn Rijkswaterstaat of andere ketenpartners zoals bergers of ANWB. “Dan moeten we het doen met informatie van derden, en die is niet altijd volledig.” De drone verandert dat. Hagnauer vertelt over een pechgeval langs de N99. “Ik hing al boven de auto voordat de weginspecteur ter plaatse was. De bestuurder had de drone niet eens opgemerkt, maar ik hing daar al de hele tijd.”

De inzet van drones roept ook vragen op over privacy. Hij begrijpt de zorgen, maar benadrukt dat de drone wordt ingezet om snel zicht te krijgen op een incident en om snel de juiste hulp in te schakelen. “Als ik bij jou in de buurt ben, ben ik helemaal niet geïnteresseerd om voor jouw raam te gaan hangen. Ik moet gewoon mijn werk doen.”

De weg vooruit

“De techniek werkt”, zegt Hagnauer. De grootste uitdagingen zitten volgens hem ergens anders. Zo is de drone nog geen vast onderdeel van het incidentmanagement-proces. Op het gebied van regelgeving moeten er volgens de dronepiloot ook nog wat haken en ogen weggewerkt worden. “De regelgeving biedt nu nog beperkte mogelijkheid, waardoor slechts onder beperkte voorwaarden buiten het zicht gevlogen mag worden. Dat maakt grootschalige uitrol vooralsnog lastig.”

Ondanks de uitdaging is de drone boven Den Helder wat Hagnauer betreft nog maar het begin. “Uiteindelijk wil je naar een landelijk dekkend dronenetwerk,” zegt hij. Een netwerk waarbij overal langs de weg drones in hun droneboxen klaarstaan en elke snelweg, elk kanaal en elke provinciale weg binnen minuten in beeld is. “Veel mensen verklaren me voor gek,” lacht hij. “Maar dat zeiden ze jaren geleden ook over een gewone drone. De techniek gaat vooruit, en wij gaan mee.”

“Ook het luchtruim vraagt om keuzes, regels en ruimte” - Eric Frijters, architect en oprichter van ontwerpbureau Fabrications

De ironie ontgaat hem niet. Eric Frijters praat bevlogen over precies dat wat hij vanuit zijn kantoor onder het spoor amper kan zien: het luchtruim. Bevlogen schetst hij een toekomstbeeld in de lucht. Daarin halen alle kinderen straks een dronediploma en kunnen ze ruimte boven zee reserveren om hun dronestuurkunsten te blijven trainen. Ook voorziet de architect dat gebouwen vanaf 2050 meestal 2 vaste ingangen krijgen: 1 op straatniveau én 1 op het dak voor landing, ontvangst of overslag van goederen.

5x door de lucht

Frijters legt uit dat drones en kleine elektrische vliegtuigen in de toekomstige mobiliteit en logistiek worden gebruikt voor 5 toepassingen. Volgens zijn meest voorzichtige schatting zijn die vanaf 2035 steeds zichtbaarder:

  1. Goederenvervoer – bijvoorbeeld pallets en pakketten die ook ’s nachts vervoerd kunnen worden.
  2. Publieke of maatschappelijke diensten – zoals het bezorgen van medische spoedtoepassingen (defibrillator, bloed, organen) of andere hulpdiensttaken.
  3. Personenvervoer – bedoeld als snelle verbinding voor reizigers, bijvoorbeeld aanvullend op openbaar vervoer.
  4. Commerciële diensten – zoals toepassingen in de landbouw, inspecties en onderhoud, denk aan bruggen, torens en windturbines.
  5. Educatie en vermaak – zoals sport, evenementen, scholen, hobbygebruik, oefenruimtes en recreatief vliegen.

Dagelijks leven

In opdracht van de provincie Noord-Holland onderzoekt Frijters wat dit betekent voor de leefomgeving, het beleid en het dagelijks leven van inwoners als drones onderdeel worden van de mobiliteit en logistiek.

"Het is niet alleen de vraag óf iets kan, maar vooral hoe het in een stad, dorp of regio past", zegt hij. “Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘fysiek passen’ en ‘ruimtelijk ingepast’ zijn. Een drone kan technisch misschien ergens landen, maar dat betekent nog niet dat dit ook wenselijk is qua geluid, privacy, veiligheid en beleving van de openbare ruimte. Als je buren een bezorgdrone laten aanvliegen met koffie, pakketjes of pizza's, word je daar niet blij van.”

Straten en daken

“Drones zijn onderdeel van een nieuwe vorm van infrastructuur. Maar anders dan bij (vaar)wegen of spoorlijnen is die luchtinfrastructuur minder zichtbaar, en flexibeler. Er hoeven geen rails of wegen te worden aangelegd, waardoor routes relatief eenvoudig aangepast kunnen worden. Dat maakt het systeem wendbaar en goedkoper in aanleg. Tegelijkertijd betekent het niet dat er géén infrastructuur nodig is. Er zijn wel degelijk opstijg- en landingsplekken, overslagpunten, energievoorzieningen en regels nodig.”

Bubbel

Ook in de lucht is de ruimte schaars, zegt Frijters. “Elke drone heeft een veiligheidsmarge om zich heen, zie het als een soort virtuele bubbel. Daardoor neemt één drone meer ruimte in dan alleen zijn fysieke formaat doet vermoeden. Als het aantal drones groeit, ontstaat dus ook in de lucht een ruimteclaim. Vooral in stedelijk gebied, waar veel functies samenkomen en gebouwen hoog zijn, kan die ruimte snel beperkt blijken.”

Drones zouden straks dan ook niet willekeurig door de stad moeten vliegen, stelt hij. Het is beter om met vaste routes te gaan werken waarlangs drones zich verplaatsen. “Dat maakt het systeem begrijpelijker voor inwoners en vergroot de maatschappelijke acceptatie. Vergelijk het met de infrastructuur voor de tram. Als mensen rails zien, weten ze dat ze daar een tram kunnen verwachten. Door droneroutes te concentreren boven bestaande infrastructuur, zoals ringwegen of brede stadsstraten, ontstaat ook meer ordening.”

Dronevrije dorpen

Daarbij benoemt hij dat niet elke plek geschikt of wenselijk is. Sommige gebieden zouden dronevrij kunnen blijven, zoals bepaalde dorpen, kwetsbare natuur of drukke woonomgevingen. Ruimtelijke verschillen zijn volgens Frijters belangrijk: niet overal dezelfde regels en niet overal dezelfde mate van gebruik.

De bestuurlijke inrichting noemt hij een uitdaging. Het luchtruim zelf valt onder het Rijk, maar zodra een drone landt, is sprake van een luchthaven en komt de provincie in beeld. Als er voor die landing gebouwen of installaties nodig zijn, speelt ook de gemeente een rol. “Die verdeling maakt besluitvorming een puzzel. Daarom is er behoefte aan betere afstemming tussen luchtvaartregels en ruimtelijke regels.”

Aanjager

Frijters voorziet een georganiseerd dronesysteem in de lucht, waarin zones en protocollen bepalen waar en hoe gevlogen wordt. Het doel daarvan is om het verkeer beheersbaar te maken en veilig te integreren met andere functies in het luchtruim. “Veel vliegbewegingen overstijgen gemeentegrenzen, zeker als het gaat om logistiek, infrastructuur en verbindingen tussen stedelijk en landelijk gebied. Provincies zijn daarom een belangrijke aanjager van dit onderwerp.”

Om van het lagere luchtruim straks een goed functionerende ruimte te maken, zijn volgens Frijters keuzes nodig. Over waar drones vliegen en landen, welke functies voorrang krijgen, hoe hinder wordt beperkt en hoe overheden samenwerken. “Daar ligt de komende jaren de grote opgave.”

Eerste elektrisch transportvliegtuig landt op Den Helder Airport

Op vrijdag 29 mei landde voor het eerst een volledig elektrisch transportvliegtuig op Den Helder Airport tijdens een demonstratie van luchtvaartbedrijf e-Smart Avia. De demonstratievluchten van het innovatieve toestel BETA ALIA CX300 vormen een belangrijke stap in de ontwikkeling van schonere luchtvaart en luchtvrachtverbindingen in Nederland.

De provincie Noord-Holland ziet de komst van het toestel naar Den Helder als een belangrijke ontwikkeling voor de toekomst van regionale mobiliteit en logistiek. Gedeputeerde mobiliteit en regionale luchtvaart Jeroen Olthof: “Elektrisch vliegen leek 10 jaar geleden nog toekomstmuziek, maar vandaag zien we dat deze innovatie daadwerkelijk van de grond komt. Voor Noord-Holland biedt dit kansen om vervoer en logistiek in de toekomst anders te organiseren: schoner, stiller en flexibeler.”

Duurzaam Noord-Hollands luchtvaartbedrijf valt in de prijzen

Elysian Aircraft is bij de Ondernemingsverkiezing Noord-Holland (OVNH) uitgeroepen tot De Belofte. Het Hoofddorpse bedrijf werkt aan een duurzame toekomst voor de luchtvaartbranche. Elysian ontwikkelt een volledig elektrisch passagiersvliegtuig (de E9X) voor middellange afstandsvluchten; voor 90 passagiers met een bereik van 800 tot 1000 kilometer. Het bedrijf wil in 2033 haar eerste commerciële vlucht uitvoeren.

Gedeputeerde en OVNH-juryvoorzitter Esther Rommel noemde Elysian een “grote innovatie die de hele sector in beweging kan brengen.” Van 't Hek Groep (categorie Grootbedrijf), Holie's (MKB) en CONO Kaasmakers (Publieksprijs) werden ook gekroond tot winnaars van de 19e Ondernemingsverkiezing Noord-Holland.

Vorige pagina

Deel op social media

Aanmelden &Holland
Volgende pagina