
Hoeders van de Noord-Hollandse natuur
Boerenland en natuur hoeven geen tegenpolen te zijn. Ze kunnen juist goed samengaan. &Holland sprak 4 boeren met een groot hart voor dieren en natuur. Vol toewijding zetten zij zich in voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). Voor hun inspanningen krijgen zij een vergoeding vanuit de provincie. Zo maken zij het verschil voor de weidevogels, akkervogels en andere flora en fauna op hun boerderij. "Boeren zijn onmisbaar als beheerder van de natuur en het landschap."
De provincie is niet de enige die het moeilijk vindt helder te communiceren. Veel overheidsinstellingen kampen met moeilijke taal in teksten. Zo deed de Nationale ombudsman in 2017 onderzoek naar MijnOverheid. De belangrijkste conclusie is dat het ministerie van Binnenlandse Zaken de gebruiker meer centraal moet stellen.
Broedende weidevogels tussen de schapen - Arjen en Lonneke Boerhorst, Texel
Arjen Boerhorst werd geboren op De Hoge Kamp Texel, en nam het bedrijf 25 jaar geleden over van zijn ouders. Hij en zijn vrouw Lonneke houden schapen, runnen een boerencamping en verkopen hun eigen lamsvlees. Vanaf hun start op de boerderij maken ze gebruik van de vergoeding voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb): “Boeren zijn onmisbaar als beheerder van de natuur en het landschap.”
Op de 35 hectare grond van “typisch Tessels schapenbedrijf” De Hoge Kamp Texel lopen zo’n 300 schapen rond. “We zitten tussen Den Burg en Den Hoorn, op het oude land van Texel. Het mooiste stukje van het eiland, vind ik”, zegt Boerhorst. “Met blijvend grasland en tuinwallen, de aarden walletjes specifiek voor Texel. Als ik een rondje over het land loop met mensen die op de boerderij komen, dan zie ik weer hoe bijzonder het is.”
De schapen leven in harmonie samen met andere diersoorten: “Het krioelt hier van de vogels. Met name de scholekster zien we veel - of de lieuw, zoals we die op Texel noemen. We zien meerkoetjes, grutto’s, reigers en lepelaars. En ook veel hazen, prachtig. De dieren leven samen op het land, en zo moet het ook zijn. De scholeksters broeden tussen de schapen en op de tuinwallen. De grutto’s doen dat in het hogere gras, maar die foerageren (zoeken voedsel, red.) tussen de schapen.”
Paplepel
Zorgen voor een goede balans tussen boerenbedrijf en natuur vindt Boerhorst vanzelfsprekend: “Ik denk dat iedere boer hart heeft voor natuur, dieren en landschap. Je werkt dag in, dag uit in en met de natuur en gaat er met respect mee om. Dat is mij met de paplepel ingegoten. De schapenhouderij is belangrijk voor het behoud van grasland – dat is een goede leefomgeving voor weidevogels, en draagt bij aan een gevarieerd landschap en biodiversiteit. Mijn ouders deden al aan vrijwillig weidevogelbeheer, al stond dat toen nog in de kinderschoenen.”
Ook Boerhorst richt met name op weidevogels. “Op De Hoge Kamp hebben we natuurvriendelijke oevers: een flauw talud dat geleidelijk van de sloot naar het land loopt. Daar kan meer op groeien en vogels kunnen er makkelijk foerageren. We houden water vast via greppels en stuwen. Daardoor kunnen vogels meer voedsel vinden, zoals wormen. Ook zorgen we voor kruidenrijk gras, waar meer insecten op af komen. En door later te maaien en minder schapen te laten grazen geven we broedende vogels meer en langer beschutting in het grasland.”
Nesten
Ook de karakteristieke landschapselementen op de boerderij zijn belangrijk, vindt hij. “ANLb is naast natuurbeheer, ook landschapsbeheer. Tuinwallen en kolken zijn broedplekken en vindplaatsen voor voedsel, die al van oudsher aanwezig zijn op Texel. Het is zaak om die te behouden.” En de maatregelen werken, ziet Boerhorst. “Een kenmerk van het succes is dat het aantal weidevogels stabiel blijft, en niet achteruitgaat. Ik heb jaarlijks tussen de 15 en 20 nesten op mijn land. Vooral van scholeksters, die broeden graag op een plek waar ze eerder geweest zijn.”
Boerhorst ziet ANLb als een onderdeel van het boerenbedrijf. En hij is niet de enige: hij werkt nauw samen met agrarische natuur- en landschapsvereniging De Lieuw Texel - een collectief van 250 boeren en burgers. “We hebben schapen, én zorgen voor een omgeving waren waar weidevogels optimaal kunnen broeden.” Wel moet het economische plaatje kloppen, benadrukt hij. “Uiteindelijk moeten de rekeningen betaald worden, en moeten boeren waardering en erkenning krijgen voor de inspanningen die ze plegen.”
Minder vee
De ANLb ziet hij als vergoeding voor een dienst die je als boer levert aan de maatschappij en aan het landschap. “Je werkt ervoor, en je laat er dingen voor. Wij houden bijvoorbeeld minder vee per hectare. De ANLb compenseert de inkomsten die we daardoor mislopen. De vergoeding moet reëel zijn, en aangepast worden aan inflatie en aan toenemende kosten van bijvoorbeeld grond. Dat is een aandachtspunt.”
Boerhorst besluit met een oproep aan beleidsmakers: “Boeren zijn onmisbaar als beheerder van de natuur en het landschap. Kom langs op de boerderij, kijk waar we behoefte aan hebben en zorg voor maatregelen die echt aansluiten op de praktijk. We moeten het samen doen. Als we het praktisch uitvoerbaar houden, is er bij boeren veel bereidheid om mee te doen. En dan denk ik dat we de wereld een stukje mooier kunnen maken.”
Vogelvriendelijk boeren is geven en nemen - Wouter Reijers, Wieringerwerf
Agrarische natuurvereniging ANV Hollands Noorden riep Wouter Reijers uit Wieringerwerf uit tot ‘vogelvriendelijke agrariër’ van het jaar 2023. Niet voor niets: het land van Wouter voldoet aan veel basisbehoeften van vogels. Door de speciaal voor hen aangelegde wintervoedselakker, vogelakker, akkerranden en bloemenblok vinden ze volop voedsel, beschutting en broedplaatsen.
Op zijn akkerbouwbedrijf in Wieringerwerf teelt Wouter Reijers afwisselend 8 verschillende gewassen: “We hebben knolselderij, suikerbieten, wortelen, uien, diverse soorten graan en veldbonen. Ik ben de vierde generatie. Sinds 1947, na de onderwaterzetting van de Wieringermeer, zit onze familie op dit bedrijf. Vanaf mijn 18e zit ik in een maatschap met mijn moeder. Mijn vader en mijn vriendin werken mee.”
Met de ANLb-vergoeding zet hij in samenwerking met Agrarische Natuurvereniging Hollands Noorden in op agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Voornamelijk gericht op schuil-, voedsel- en nestmogelijkheden voor akkervogels. Reijers: “Onze vogelakker heeft gras-klaver en bloemenstroken waar vogels kunnen broeden en eten kunnen vinden. Op de wintervoedselakker zaaien we een mengsel van verschillende soorten graan en een klein deel kruiden. Dat wordt niet geoogst. Als het graan rijp is valt het op de grond, en dient het in de winter als voedsel voor de dieren op het land.”
Gele kwikstaart
En dat loont de moeite: “Onze boerderij grenst aan het Dijkgatbos. Van daaruit zagen we al veel vogels, en dat worden er steeds meer. Denk aan de kneu, de gele kwikstaart, de torenvalk en de veldleeuwerik. Daarnaast zijn er grote aantallen huiszwaluwen en boerenzwaluwen die over de bloem- en kruidenrijke akkerranden heen scheren op zoek naar insecten. In een hoekje tegen de dijk aan zat een stukje land dat niet zo productief was. Daar hebben we een bloemenblok van gemaakt. Dat is een prachtige natuurhoek geworden, die vlinders aantrekt en beschutting biedt aan vogelsoorten als fazanten en patrijzen. Ik kom er ook regelmatig reeën tegen.”
Iedereen kan meegenieten van de boerennatuur in Wieringerwerf. De provincie verbindt het Dijkgatbos met het nabijgelegen Robbenoordbos, door nieuw bos aan te planten op agrarische percelen. Het land van Reijers grenst aan die nieuwe verbinding. Er loopt al een drukke fiets- en wandelroute langs de boerderij, en er is een rustpunt voor recreanten. En een paar jaar geleden nam de familie de naburige kampeerboerderij ‘Het Boshuis’ over, waar ze een groepsaccommodatie runnen: “Het hele jaar is het daar druk met scholieren, sportverenigingen, yogasessies, vergaderingen en bruiloften. We proberen de bezoekers iets mee te geven over het leven op de boerderij, en wat van onze kennis over te brengen.”
Meer begrip
Dat leidt tot positieve reacties: “Als ik met de spuitmachine langsrijd kijken ze soms een beetje raar”, vertelt Reijers. Gewasbeschermingsmiddelen hebben een slecht imago. Tegenwoordig rijden we veel met plantenversterkers en meststoffen, en heel soms moeten we ingrijpen met chemische middelen. Wij rijden er liever ook niet mee, en doen het alleen als het echt nodig is. Vroeger spoten we preventief. Nu monitoren we eerst hoe hoog het risico is dat het gewas aangevreten wordt en ziek wordt. De afgelopen jaren was het maar 2 keer nodig. Door dat uit te leggen krijg je veel meer begrip.”
De balans tussen natuur en boerenbedrijf is een kwestie geven en nemen. “Je doet iets goeds voor de natuur en voor de vogels, maar hebt soms ook overlast door ongedierte en onkruid. Er komen bijvoorbeeld ook ratten op de wintervoedselakker af. Die nestelen zich in de slootkanten, waardoor die kunnen gaan verzakken. Ook gaat op plekken die je met rust laat veel onkruid groeien, waardoor je een jaar later meer concurrentie hebt voor je gewassen. Dat moet je op de koop toe nemen, zolang het in balans is. Het moet niet zo zijn dat je het jaar erna meer bezig bent om die achterstand in te halen dan dat het goed doet.”
Bloemen
Een reële vergoeding is daarom essentieel. Wouter hoopt dan ook dat de overheid structureel blijft investeren in agrarisch natuur- en landschapsbeheer: “Wij hebben de ruimte op de boerderij, dus daarom kunnen we dit doen. Maar het moet in je bedrijfsstrategie passen.” Om het te laten slagen moet je soms een beetje anders denken, benadrukt Wouter: “Een akkerrand vol bloemen past niet bij alle soorten gewassen. Bij aardappelen, wortels en uien heb je die strook land op je wendakker nodig om te keren met de landbouwmachines. Ik wissel daarom gewassen af op mijn percelen. In de jaren dat ik knolselderij of bieten teel op een akker, kan ik die akkerranden mooi vol bloemen zetten.”
Een vogelwalhalla onder de rook van Schiphol - Alex en Sjaak Vink, Halfweg
Alex (33) en Sjaak (32) Vink runnen met hun ouders een melkveebedrijf in Halfweg, onder de rook van Schiphol. Ze kregen de liefde voor dieren van huis uit mee, maar ook eigenwijsheid leidt tot hun tomeloze inzet voor agrarisch natuurbeheer: “Je hoort veel dat natuur en melkveehouderij niet samengaan. Wij willen bewijzen dat het wel kan, en het lukt ons ook nog.”
Alex en Sjaak zijn de vijfde generatie op de boerderij. “Onze vader was gestopt in 2003, maar toen het melkquotum in 2014 verdween zijn wij weer begonnen met koeien melken. De broers melken 130 koeien en beheren 123 hectare grasland. Zo’n 15 procent daarvan zetten ze in om natuur en biodiversiteit te versterken. “We hebben best wat land in beheer, dus extensief en biologisch boeren past goed in onze bedrijfsvoering.”
Via agrarisch collectief Noord-Holland Zuid maken ze aanspraak op de vergoeding voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). Op 14 hectare passen ze zogenaamd ‘zwaar beheer’ toe: “Die percelen geven we tussen 1 april en 15 juni totale rust. Zo kunnen weidevogels daar nestelen zonder dat ze last hebben van maaien en grazend vee. We hebben ook een perceel waar tot 8 mei koeien grazen. Daarna krijgt het rust tot het maaien op 15 juni. Kieviten en tureluurs lopen op die begraasde percelen graag tussen de koeien en de koeienmest, vanwege de vliegjes.”
Bijen en haasjes
Ook leggen ze botanische akkerranden aan. “Tot 2 meter vanaf de slootkant bemesten we het land niet, en bij de eerste keer maaien slaan we deze strook over. Zo komen er minder meststoffen in het water en verbetert de waterkwaliteit. Ook krijgen kruidenplanten meer kans. Op de akkerranden komen veel bijen, vogelpulletjes en haasjes af.” Tot slot zorgen de broers elk voorjaar voor een ‘plasdras’: “We laten greppels overstromen, waardoor er natte zones op het land ontstaan. Dat trekt muggen en andere insecten aan, waar vogels zichzelf en hun jongen mee kunnen voeden.”
De maatregelen maken de boerderij een walhalla voor weidevogels en andere flora en fauna: “Wij zijn in ons hart weidevogelboeren. Als we op het land zijn willen we niet alleen auto’s, treinen en vliegtuigen horen en zien, maar ook vogels, insecten, kruiden en bloemen. En het werkt: 15 jaar geleden zaten hier geen vogels, nu is het vol bezet. Na jaren stilstand hebben we veel bloei en leven terug zien komen. Daar doen we het voor.”
Veevoer
Toch zijn er ook nadelen. “Doordat we percelen in zwaar beheer minder bemesten, verandert de vegetatie (plantengroei, red.)”, legt Alex uit. “Van dat gras kunnen we geen hoogwaardig veevoer meer maken, en moeten we voor onze koeien voer bijkopen.” Precies daarvoor is de ANLb-vergoeding bedoeld. Maar, benadrukt Sjaak: “Die dekt niet alle kosten en opbrengstverlies. Wij maken de keuze voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer bewust. Maar veel boeren kiezen voor intensieve veehouderij, omdat ze daar meer rendement uit halen. Dus wil je meer agrariërs stimuleren om mee te doen met ANLb, dan moet het misschien een verdienmodel worden.”
De broers werken actief samen met het agrarisch collectief: “Aan het begin van het seizoen bespreken we met een veldcoördinator wat we vorig jaar hebben gedaan: wat werkt wel en niet, en wat gaan we komend jaar doen? Zo proberen we elk jaar wat nieuws om meer vogels op ons land te krijgen.” Hun boodschap aan andere boeren? “Er kan veel meer dan je denkt. Denk niet te snel aan mogelijke problemen. Ga in gesprek met je agrarische collectief, en probeer eens wat uit.
Goed vogeljaar
De broers Vink zien vooral kieviten en tureluurs op hun land. “We hebben ook scholeksters, en horen regelmatig een leeuwerik. De gruttopopulatie proberen we in stand te houden; met die soort gaat het slecht. We hebben meestal 1 of 2 gruttonesten.” Elke zaterdag doen vrijwilligers vanuit het collectief vogeltellingen te op de boerderij. “Die komen elke week enthousiast van het land af. We hebben het idee dat dit een onwijs goed vogeljaar is.”
“Zonder boeren, geen weidevogels” - Johan Roos, Katwoude
Weidevogels zijn voor Johan Roos onlosmakelijk verbonden met het boerenbestaan in de Katwouderpolder: “In het voorjaar zie je de vogels rondvliegen en de pullen om je heen lopen. Toen ik als kleine jongen op de trekker reed en er eentje voor onze werkgang uitging, dan zette ik ‘m opzij zodat we weer door konden rijden.” Ook nu zet hij zich nog met hart en ziel in voor vogelsoorten als de kievit, grutto, scholekster en tureluur.
In de jaren ’60 begon Johans vader als boerenknecht op het melkveebedrijf in Katwoude. Sinds 2018 runt Johan de boerderij samen met zijn neef. “We melken zo’n 270 koeien, en hebben nog 30 hectare maïs in ons beheer. Ons totale bouwplan is ongeveer 160 hectare.” De poldergrond aan het water is vruchtbaar: “De weidevogels weten dat ook, kieviten, grutto’s, scholeksters en tureluurs zijn hier in groten getale aanwezig.”
Vogels op het land
Veehouders zijn steeds meer gaan doen om de weidevogel te beschermen. Terecht, vindt Roos: weidevogelbeheer vraagt om actief beleid. “Als je ziet dat er vogels op je land zitten, moet je je werkwijze daarop aanpassen.” Zelf is hij sinds 2006 aangesloten bij Vereniging Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Water, Land & Dijken, waar hij ook penningmeester is. Dit agrarische collectief dient namens de ongeveer 500 leden een meerjarenplan in bij de provincie voor de ANLb-activiteiten. Zelf maakt Johan elke winter een plan met de veldcoördinator van het collectief. “Dan kijken we bijvoorbeeld op welke percelen we het komende jaar uitgesteld kunnen maaien. De veldcoördinator controleert in juni of er geen weidevogels meer zijn, en geeft het dan pas vrij om te maaien.”
Vlieggedrag
Vanuit het collectief zoekt een groep vrijwilligers op de percelen van Roos naar nesten in het boerenland. Dat is arbeidsintensief, maar succesvol: “Zij kennen het land goed, en weten waar je op moet letten: vlieggedrag van de oudervogels, plekken waar pullen graag zitten. In de broedperiode komen ze 2 of 3 keer per week langs. Bij de nesten zetten ze stokjes neer, zodat wij weten waar ze zitten. We zetten er nestbeschermers omheen zodat de koeien er niet bij kunnen. En als we het maïsland bemesten, zorgen we eerst dat we de nesten afschermen met een nestkap.” Soms treffen ze eieren op onverwachte plekken: “Bijvoorbeeld tussen een hoop stenen, of op een paal midden in het land.”
Uitgesteld maaien maakt een perceel minder bruikbaar voor de boer: “Voor hoogwaardig, eiwitrijk gras voor de melkkoeien moet je begin mei al maaien. Om het toch te benutten, geven we het laat gemaaide gras aan onze ‘droge koeien’: die melken we niet omdat ze met zwangerschapsverlof zijn.” De ANLb-vergoeding compenseert het verloren gras. Alleen doen andere uitdagingen de inzet op agrarisch natuurbeheer soms deels teniet. Zo is de ganzenpopulatie sinds 2000 enorm toegenomen: “Die eten het grasland kaal, waardoor weidevogels zich in het voorjaar moeilijker kunnen schuilhouden of nesten kunnen maken.”
Jonge ondernemers
Andere bedreigingen zijn kauwen, kraaien en ratten, die het gemunt hebben op de weidevogeleieren. Het is dus zaak om boeren te blijven stimuleren en motiveren. Daarom pleit Roos voor een verdienmodel: “Sommige mensen zullen meedoen met ANLb vanuit een intrinsieke motivatie, maar dat is niet voor iedereen genoeg. Denk aan jonge ondernemers. Die hebben vaak een lening bij de bank, en bekijken het meer vanuit economisch perspectief.”
Roos hoopt dat de politiek durft te kiezen voor boeren én voor weidevogels: “Zeker voor de bedreigde grutto. Ik hoop dat partijen als de provincie en natuurorganisaties meer en beter gaan samenwerken ten behoeve van de vogels. We moeten ze met elkaar de beste kans geven om hun pullen groot te brengen. En we moeten zuinig zijn op boeren: die onderhouden het land, en zorgen voor vruchtbare grond en afwisseling in het landschap. De weidevogels hebben de boeren nodig. Daar ben ik 100 procent van overtuigd: zonder boeren ook geen weidevogels.”
Boeren werken samen in natuurbeheer
Noord-Holland kent 4 agrarische collectieven die het ANLb uitvoeren, en fungeren als intermediair tussen agrariërs en provincie: Water, Land & Dijken, Noord-Holland Zuid, ANV Hollands Noorden en De Lieuw Texel. Boeren verenigen zich in deze collectieven, die namens hun leden de ANLb-vergoedingen aanvragen bij de provincie Noord-Holland. Landelijk zijn er zo’n 40 van zulke samenwerkingsverbanden van, voor en door boeren. De agrarische collectieven zijn verenigd in BoerenNatuur Nederland.