&vervoer

Reizen voor iedereen

Openbaar vervoer moet toegankelijk zijn voor iedereen. Ook voor mensen die minder goed zien of slecht ter been zijn. Noord-Holland telt maar liefst 3012 bushaltes, maar deze zijn nog niet allemaal toegankelijk voor mensen met een beperking. De komende jaren gaat dat veranderen. Wat komt er allemaal kijken bij een ‘toegankelijke’ busreis? &Holland sprak met 4 betrokkenen.

De provincie is niet de enige die het moeilijk vindt helder te communiceren. Veel overheidsinstellingen kampen met moeilijke taal in teksten. Zo deed de Nationale ombudsman in 2017 onderzoek naar MijnOverheid. De belangrijkste conclusie is dat het ministerie van Binnenlandse Zaken de gebruiker meer centraal moet stellen.

Max Stork – Reiziger “Toegankelijkheid is meer dan alleen de halte ophogen”

Max Stork is visueel beperkt en loopt moeilijk na een val een paar jaar terug. Met zijn rollator een bus in komen, kan daarom een hele uitdaging zijn. Medereizigers en aannemers werpen vaak onbewust barricades op. “Bij veel haltes staan fietsen geparkeerd, probeer daar maar eens langs te komen wanneer je moeilijk loopt of in een rolstoel zit. Als blinde val je er over. Een oplossing zou zijn om de fietsenstallingen iets verder van de halte te zetten. En controleren. Anders zetten mensen hun fiets toch op de looproute. Soms staan ze zelfs op de geleidelijn (zie kader).”

Bus verlaten met een vaartje

Stork is, naast ervaringsdeskundige, ook werkzaam voor reizigersadviesraad ROCOV. Hij weet daardoor veel van de plannen en van de eisen aan bushaltes. “Toegankelijkheid is meer dan alleen de halte ophogen zodat je met de rolstoel makkelijk in de bus komt. Sommige haltes zijn maar 3 of 4 stoeptegels breed. Dit zie je vooral in gemeenten. De ruimte is daar beperkt en moet gedeeld worden met andere (weg)gebruikers. Wanneer iemand in een rolstoel de bus uit wil, wordt een plank uitgeklapt bij de achterdeur. De bus verlaten gaat met een vaartje. Door de snelheid van de afdaling, sta je soms al met de rolstoel op het fietspad wanneer de halte heel krap is.”

ROCOV maakt zich al langer hard voor goed toegankelijke bushaltes. Stork is daarom blij met de aandacht die er nu is voor de haltes. Hij deelt zijn kennis graag, om te zorgen dat de aanpassingen goed verlopen. “Nu worden bestaande haltes aangepast, zodat ze toegankelijk zijn Nieuwe haltes worden direct volgens de geldende regels aangelegd.”

“Ik kan het pad niet ruiken”

Waar Stork ook regelmatig tegenaan loopt, is het ontbreken van een geleidelijn. “En soms is-ie er wel, maar sluit de strook niet aan op het voetpad. Ik kan het pad niet ruiken, dus daar sta ik dan. Geen idee waar ik heen moet. Sommige haltes hebben een pad door het gras, dat is lastig met een blindenstok. Het is dus heel goed dat de haltes goed bekeken en aangepast worden.”

Rekening houden met elkaar

Zelf maakte Stork vaak de trip van Velserbroek naar station Haarlem. Op zijn route zijn de haltes goed. “Ik ken wel mensen die naar een andere halte gaan, omdat het daar makkelijker instappen is. Deze mensen reizen dus niet de kortste route. Het is heel belangrijk dat mensen zelf met het ov kunnen reizen. Iedereen moet vrij zijn om te gaan en te staan waar die persoon wil. Dat staat ook in het VN-verdrag handicap in Nederland. Iedereen moet mee kunnen doen. Wanneer het ov goed toegankelijk is, voelen mensen zich onderdeel van de maatschappij. Het geeft vrijheid. Daarbij moeten we als reizigers ook een beetje rekening houden met elkaar. Sta op voor een reiziger met een beperking, die speciale zitjes zijn er niet voor niets. De meeste passagiers met een beperking, mijden de spits. Ik ook. In een volle bus kan ik niet horen welke halte het omroepsysteem noemt. Oh, en let op waar je je fiets neerzet, wanneer je met de fiets naar de halte rijdt.”

Femke de Jong – Buschauffeur Transdev/Connexxion “Bij passagiers in een rolstoel zet ik de bus zo strak mogelijk langs het perron”

Buschauffeurs zijn niet alleen verantwoordelijk voor het veilig vervoeren van passagiers, maar spelen ook een belangrijke rol in een toegankelijk openbaar vervoer. Buschauffeur Femke de Jong van Transdev/Connexxion ziet bijna wekelijks mensen met een beperking bij bushaltes in haar vervoersgebied Gooi en Vechtstreek. Van oudere mensen in een rolstoel of scootmobiel tot passagiers met een blindengeleidehond. “Zo’n hond weet precies waar de juiste zitplekken zijn, leidt het baasje daarheen en gaat er vervolgens rustig naast liggen”, vertelt ze. “Laatst stond er ook een blinde jongen bij de bushalte. Hij stapte zelfstandig in en vond een plekje, maar ik ben toch een gesprekje met hem aangegaan. Ik vroeg hoe hij hiermee omgaat. Hij zei: ‘soms is reizen met het ov moeilijk, maar als ik dit niet doe kom ik nergens’.”

De Jong is getraind om assistentie te verlenen aan mensen die slecht ter been zijn of slecht zien. Of ze daadwerkelijk helpt, verschilt volgens haar per situatie en passagier. “Ik vraag nooit meteen of ik kan helpen, maar kijk eerst even of mensen zelfstandig de bus in of uit kunnen komen.”

Paal in het gras en een paar tegels

De Jong ziet vooral in de kleinere dorpen buiten Hilversum soms bushaltes die minder toegankelijk zijn. “Dan is een halte niet meer dan een paal in het gras en een paar tegels. Op zo’n plek kan ik iemand in een rolstoel niet laten uitstappen. Andere haltes staan precies tussen allerlei bomen, paaltjes en geparkeerde auto’s, zodat ik mijn bus niet strak langs het perron kan zetten. Gelukkig passen gemeenten steeds meer haltes aan.”

Vaak is haar bus ook net iets hoger dan het perron. “Bij passagiers in een rolstoel is het dan belangrijk om de bus zo strak mogelijk langs het perron te zetten”, legt ze uit. “Rolstoelgebruikers kunnen vervolgens met behulp van een uitklapbare rijplank in of uit de bus rijden. Eenmaal in de bus zijn er speciale rolstoelplekken. Die hebben voldoende ruimte, zodat ze met hun stoel kunnen draaien en achteruitrijden. Ook is er een veiligheidsgordel, want bij een scherpe bocht of noodstop kan een rolstoel gaan rollen.”

Doorrijden naar volgende halte

Bij sommige haltes is het hoogteverschil tussen de bus en halte zo groot, dat zelfs een rijplank niet meer helpt. De Jong: “Dan kan het voorkomen dat een chauffeur om veiligheidsredenen door moet rijden naar een volgende halte. Hartverscheurend, want mensen die al slecht ter been zijn moeten dan een nóg grotere afstand afleggen naar hun eindbestemming. Gelukkig heb ik dat nog nooit meegemaakt, maar reizigers met een beperking worden dan nog eens extra met hun beperking geconfronteerd en moeten hun reis veel beter plannen dan de gemiddelde reiziger.” Mensen kunnen in de dienstregelingsapp van Transdev/Connexxion vooraf checken welke haltes toegankelijk zijn voor reizigers met een rolstoel of rollator.

De meeste bussen zijn goed uitgerust voor mensen met een fysieke of visuele beperking. Naast een rolstoelplek zijn er meerdere zitplaatsen voor mensen die slecht ter been zijn. Deze stoelen hebben vaak een andere kleur en vallen meer op. Bovendien zijn deze plekken ruimer en is er een stang waar passagiers zich aan kunnen vasthouden. “Ook is daar een stopknop op zithoogte. Op mijn scherm voorin de bus zie ik dan wanneer iemand op zo’n plek wil uitstappen en misschien hulp nodig heeft”, aldus De Jong.

1 rolstoelplek

“Het kan voorkomen dat er iemand met een rolstoel in de bus zit en dat er een halte later nóg een rolstoelgebruiker wil meereizen. De meeste bussen hebben maar 1 rolstoelplek en in het gangpad moet er altijd vrije doorgang zijn, dus een chauffeur kan maar 1 van die passagiers vervoeren. Ja, dan moet ik of een collega misschien iemand bij de halte laten staan. Gelukkig komt dit zelden voor en kan ik in zo’n situatie de controlekamer oproepen voor hulp.”

Bram Kuiper – Projectleider provincie Noord-Holland “Uiterlijk 2028 moeten alle haltes van de provincie voor iedereen toegankelijk zijn”

Bram Kuiper is projectleider bij de unit Studieprojecten van de provincie Noord-Holland. Deze afdeling onderzoekt wat nodig is om bushaltes van en in de provincie Noord-Holland beter toegankelijk te maken. Daarna maken ze een ontwerp. “De provincie is eigenaar van zo’n 100 tot 150 bushaltes die niet voldoen aan de toegankelijkheidseisen. Per bushalte heeft mijn team bekeken wat er nodig is, of dat haalbaar is en wat de kosten en risico’s zijn. In het Centraal Haltebestand staat per halte beschreven hoe hoog en breed de halte is en of er een geleidelijn is. We hebben daarna aan de hand van beeld gecheckt of die informatie klopt. We gebruikten dan bijvoorbeeld foto’s van bedrijven die rondrijden en foto’s maken van alle wegen en straten. De haltes waarbij we aan de hand van de foto’s geen zekerheid konden geven, daar zijn we geweest om dingen op te meten en te bekijken.”

Draai maken met rolstoel

Dat leverde een uitgebreide lijst op met wat er per halte moet gebeuren om deze toegankelijk te maken voor alle gebruikers. “Soms moeten we de halte verbreden, zodat iemand die in een rolstoel zit, de draai kan maken de oprijplank op. Ook worden eventuele drempels verwijderd en hellingbanen aangelegd. Daarnaast lost de aannemer ook problemen op voor mensen die blind of slechtziend zijn. Soms is er op een deel van de halte wel een geleidelijn voor blinden, maar sluit die niet aan op een wandelpad. Dat wordt de komende jaren allemaal aangepast.” Dat kan de provincie niet alleen, er is samenwerking voor nodig met gemeenten en Rijkswaterstaat bijvoorbeeld. “De halte is van ons, maar de grond daaromheen vaak van een gemeente. Dan moet je samenwerken om de geleidelijnen aan te laten sluiten.”

In 2028 klaar

Uit het voorwerk blijkt dat wat er bij de aangepast moeten worden. Het team van Kuiper heeft gekeken bij welke haltes binnenkort al andere werkzaamheden gepland staan, zoals het vernieuwen van asfalt. “Dan kijken we of we de aanpassing van de halte daarmee kunnen combineren. De weg hoeft dan niet 2 keer dicht en alles sluit meteen netjes op elkaar aan. We willen zo snel mogelijk aan de slag, de aanpassingen zijn niet zo ingewikkeld. Officieel moeten in 2040 alle haltes zijn aangepakt, maar dat gaan we veel eerder voor elkaar hebben. Voor eind 2027 willen we dat de provinciale haltes in het VRA-gebied (Vervoersregio Amsterdam) zijn aangepast. Uiterlijk 2028 moeten zo goed als alle haltes van de provincie voor iedereen toegankelijk zijn.”

Soms lastige afwegingen

Een aantal haltes zal langer op zich laten wachten of zelfs nooit helemaal aan alle eisen voldoen. “Een paar haltes zouden we moeten verbreden of vergroten, maar daarvoor zouden we grond moeten aankopen. Voor die haltes gaan we terug naar de tekentafel om te kijken wat we wel kunnen binnen de ruimte die er is. Een perron kan dan iets korter of smaller zijn, maar daarbij is wel van belang dat iemand in een rolstoel een draai moet kunnen maken op de halte.” Een andere afweging is verlichting. De provinciale bushaltes staan soms in of bij natuurgebieden. Daar mag geen permanente verlichting aangebracht worden. “Soms is het ook een kwestie van de kosten. Om verlichting te hebben, moet er een stroomkabel naar de bushalte worden getrokken. Dat is erg duur. We doen het ook niet als het niet duurzaam is of als de natuur er schade van ondervindt, bijvoorbeeld voor nachtdieren. Tegelijkertijd willen we waar mogelijk wel de sociale veiligheid verbeteren. Dat is een lastige afweging.”

Nick Drijver – Mobiliteitsdeskundige gemeente Hoorn “We zijn goed op weg, maar hebben nog een lange weg te gaan”

De gemeente Hoorn is als wegbeheerder verantwoordelijk voor het toegankelijk maken van vrijwel alle bushaltes in Hoorn en omgeving. “We hebben in totaal 145 bushaltes, inclusief 12 grote in- en uitstaphaltes bij het NS-hoofdstation”, somt mobiliteitsdeskundige Nick Drijver van de gemeente Hoorn op. “Daarvan hebben 114 haltes de juiste instaphoogte van 18 centimeter. Daarnaast hebben 112 haltes een zogeheten gidslijn. Dankzij deze tegels met ribbels kunnen reizigers met een visuele beperking met hun voet of taststok voelen wat de looprichting is.”

Ruim 60 van deze gidslijnen sluiten weer aan op een breder netwerk van gids- of geleidelijnen richting de binnenstad, woonwijk of omliggende dorpen. Een brede bushalte met een juiste hoogte en zonder obstakels is namelijk nog maar het begin van een toegankelijke busreis, zo vertelt Drijver: “Een halte moet ook aansluiten op de omgeving. Hoe komen mensen met een lichamelijke of visuele beperking veilig van de halte naar een woonwijk of winkelcentrum? Ook daar moeten we als gemeente goed over nadenken. Hoorn heeft natuurlijk een historische binnenstad met een paar haltes rondom het winkelgebied. De historische binnenstad is al een paar 100 jaar oud. Tegenwoordig kijken we met een hele andere blik naar ruimtelijke inrichting en toegankelijkheid.”

‘Even ophogen en klaar’

De gemeente Hoorn werkt stap voor stap aan het aanpassen van alle bestaande bushaltes. Een lang en ingewikkeld proces, legt Drijver uit. “We hebben eerst in kaart gebracht welke haltes nog niet of onvoldoende voldeden aan de richtlijnen. Daarnaast keken we naar reizigersaantallen en de behoefte per wijk en doelgroep. Vervolgens zijn we begonnen met de haltes die we relatief snel en in grote aantallen konden aanpakken.”

Het volledig toegankelijk maken van de overgebleven haltes vraagt volgens de mobiliteitsdeskundige meer maatwerk. “Het is geen kwestie van ‘even ophogen en klaar’. Neem alleen al de fundering. We hebben hier een veenlandschap, dus moet je eerst een zandbed aanleggen. Anders zakken de zwaardere tegels weg en gaan ze scheefliggen. Dat is natuurlijk helemaal vervelend voor mensen met een rollator of in een rolstoel. Vervolgens moet je rekening houden met bekabeling, riolering en boomwortels. Op sommige plekken moet naast de bushalte ook het fietspad worden opgehoogd, anders krijg je daar weer hoogteverschillen. Stuk voor stuk kleine details, maar wel heel belangrijk voor een goed toegankelijke halte.”

Subsidiepot

Bij het aanpassen van de haltes maakt de gemeente Hoorn gebruik van de provinciale subsidie voor het verbeteren van de toegankelijkheid van bushaltes. Wegbeheerders in Noord-Holland kunnen elk jaar deze subsidie bij de provincie aanvragen om hun haltes aan te passen. “We zijn daar ook best afhankelijk van”, bekent Drijver. “Voor 2026 hebben we een aanvraag gedaan voor het aanpassen van 3 haltes. Als gemeente hebben we hier weinig financiële middelen voor, dus we reageren zo snel mogelijk als deze subsidiepot weer opengaat.”

Inmiddels voldoet nu ongeveer de helft van de bushaltes van de gemeente Hoorn volledig aan de wettelijke toegankelijkheidsnormen. Het doel is dat alle haltes in 2030 volledig toegankelijk zijn. Drijver: “Om in vervoerstermen te blijven: we zijn goed op weg, maar hebben nog een lange weg te gaan.”

Wanneer is een bushalte toegankelijk?

Een bushalte is pas volledig toegankelijk als deze voldoet aan de volgende landelijk afgesproken eisen:

  • Een perron moet hoog genoeg zijn, zodat mensen met een beperking gelijkvloers kunnen in- en uitstappen. De ideale perronhoogte is 18 centimeter (voor uitstulpende haltes) tot ongeveer 15 of 16 centimeter bij haltestroken voor bussen naast de rijbaan.
  • Een perron moet minimaal 1,60 meter breed zijn en een vrije doorgang hebben, zonder obstakels. Voor rolstoelgebruikers is een onbelemmerde doorgang van minimaal 1,20 meter vereist.
  • Ribbeltegels met geleidelijnen zijn verplicht. Deze lijnen wijzen reizigers met een visuele beperking de weg naar de deur van een bus.
  • Een halte moet lang genoeg zijn, zodat een bus er goed langs kan stoppen.
  • Een halte moet vanaf de openbare weg zonder obstakels te bereiken zijn.
  • Meubilair zoals bankjes, fietsrekken of wachtruimte, mag geen obstakel vormen voor reizigers.

Toegankelijk openbaar vervoer in Noord-Holland

In 2022 tekende de provincie Noord-Holland samen met vervoersorganisaties en gemeenten het Bestuursakkoord Toegankelijkheid Openbaar Vervoer 2022-2032. Hierin is vastgelegd dat het openbaar vervoer toegankelijk moet zijn voor iedereen, met of zonder beperking.

Daarnaast heeft de provincie een Uitvoeringsprogramma Toegankelijkheid Openbaar Vervoer 2024-2028 opgesteld. Hierin staat wat de provincie Noord-Holland van 2024 tot en met 2028 doet om het openbaar vervoer toegankelijker te maken.

De provincie geeft subsidie aan gemeenten in Noord-Holland die vallen binnen de concessiegebieden Haarlem-IJmond, Gooi en Vechtstreek en Noord-Holland Noord. Zij kunnen deze gebruiken voor de aanleg van nieuwe, toegankelijke bushaltes en het aanpassen van bestaande haltes.

Vorige pagina

Deel op social media

Aanmelden &Holland
Volgende pagina